Ah but dear father when the smile breaks across her face it is spring again. It is a breeze of fresh air in the face, a cold glass of wine on a sultry summer evening, a music of flowers and waves and you feel the world drift away.
And sometimes when I watch her I see myself again, a boy walking along a mountain-path in the high Pyrenees, face to face with the mystery of love for the first time and never blinking.
And I know this moment is the beginning of my life and its end, the sun shining down, the mountain thyme round my feet, my heart in a paradise that wil never fade.
Ah be sure I know all you speak of. But it is not life. It is a mad dream, a veil thrown across our eyes by a jaelous god, a mist that drifts down over life but it comes from a different world and it can never come to good in this.
You will see when it passes, and you shrink back from the ugliness of this world, the small/mindedness of people, the emptiness of life. Better never to have seen the vision.
For is it not said, that he who looks into the sun shall be blind and mad ere long?
Ah but is it not also said, that he who never sees the light shall never recognize the sun when it rises in the depths of his heart?
dinsdag 29 april 2014
woensdag 15 januari 2014
Hoop
En dat als de dag in het westen
vervliegt
niet heel mijn leven een zinloze strijd was;
dat iets dat ik vond op de lange weg
van ochtend naar de laatste nacht
het vallen van de avond overleeft,
en oplicht in de stille duisternis
voorbij de schemer van het einde.
zaterdag 11 januari 2014
Intake II
Haar ogen doen me denken aan een ander
die me lang geleden in de ogen keek,
voor ik verdwaalde in mezelf.
Ik hoor dit niet te voelen, denk ik nog,
maar weet dat het te laat is:
ook deze schaamte blijft mij niet bespaard.
Ik sluit de deur, verdwijn weer in
de leegte van mijn leven.
Zoals een ander naar de hoeren gaat
om wat hij in het leven niet kan vinden
bij een vreemde vrouw te kopen,
zo ga ik naar een psychologe.
Dit is de afspraak. Ik betaal;
zij doet of mijn verhaal
de moeite van het horen waard is.
die me lang geleden in de ogen keek,
voor ik verdwaalde in mezelf.
Ik hoor dit niet te voelen, denk ik nog,
maar weet dat het te laat is:
ook deze schaamte blijft mij niet bespaard.
Ik sluit de deur, verdwijn weer in
de leegte van mijn leven.
Zoals een ander naar de hoeren gaat
om wat hij in het leven niet kan vinden
bij een vreemde vrouw te kopen,
zo ga ik naar een psychologe.
Dit is de afspraak. Ik betaal;
zij doet of mijn verhaal
de moeite van het horen waard is.
donderdag 19 december 2013
Eve
On days like these I still remember you
With all the waste of summer in your face,
Your gestures with a sudden, timeless grace,
The soft brown of your hair, the winding blue
Of rivers in your eyes that wander through
A land of silent fields and drifting ways.
On days like these I feel there is a place
Where even faded love is fair and true.
But is this solace for a soul that burns
With dreams of would have, could have, should have been?
And is this comfort for a mind that turns
Upon a memory that never came
To be in life, a vision never seen,
A swiftly learned but long-forgotten name?
With all the waste of summer in your face,
Your gestures with a sudden, timeless grace,
The soft brown of your hair, the winding blue
Of rivers in your eyes that wander through
A land of silent fields and drifting ways.
On days like these I feel there is a place
Where even faded love is fair and true.
But is this solace for a soul that burns
With dreams of would have, could have, should have been?
And is this comfort for a mind that turns
Upon a memory that never came
To be in life, a vision never seen,
A swiftly learned but long-forgotten name?
zaterdag 14 december 2013
Intake
Nu zit ik tegenover één
die in een ander leven
een vriendin had kunnen zijn
en nu mijn psychologe is.
en nu mijn psychologe is.
Zij werkt, ik word verwerkt
in een systeem van stoornissen,
symptomen, onbewuste angsten.
Ze glimlacht, luistert, kijkt me aan,
ziet hoe ik mijn bril verzet,
de handen door mijn haren haal;
ook dat wordt opgeschreven.
Zij helpt, ik word geholpen.
Niet lang geleden had ik naast haar
kunnen zitten in een hoorcollege.
Nu gapen er vier jaren tussen ons,
waarin ik uitgevallen ben terwijl het leven
verdergaat, een toeschouwer geworden;
die leegte heb ik leren kennen.
Helpen is eenvoudiger dan hulp behoeven.
Zij vraagt me: denk je wel eens aan de dood?
Ik kijk haar aan en denk aan Bloem
en vraag: in welke zin? In welke zin je wilt.
Nou goed, zeg ik, ja er zijn tijden
dat ik aan het einde denk en blij bent dat
het leven niet voorgoed kan duren.
Haar pen zoekt het papier,
ook dit zal later in een overleg
besproken worden.
Haar ogen doen me denken aan een ander
die me lang geleden in de ogen keek.
Ik hoor dit hier te voelen denk ik nog,
maar weet dan al, het is te laat,
ook deze schaamte blijft mij niet bespaard.
Een laatste vraag: is er nog iets
dat niet besproken is?
Nee het is goed zo voor vandaag.
Ik doe m’n jas aan, pak m’n paraplu,
ze glimlacht nog een laatste keer.
En dan de bus naar huis.
En dan de bus naar huis.
Ik kijk naar buiten, maak een praatje,
waan me deel van het gewone leven
dat ik achterliet.
Vier jaar geleden was ik één van hen,
en alle deuren van het leven stonden open.
Nu zijn ze langzaam, één voor één,
geruisloos dichtgewaaid,
en vrouwen van mijn leeftijd,
bijna meisjes nog,
bepalen wat er aan me scheelt.
donderdag 28 november 2013
Sprakeloos
Ik wilde iets zeggen
en zocht naar
een zin.
De tijd glipte weg en
de avond viel
in.
Je keek naar het noorden
waar
vliegtuigen vlogen
en hoorde geen woorden,
een droom in je
ogen.
Toen ben ik vertrokken,
Je zag me niet
meer.
We hoorden de klokken
een laatste
keer.
Je bent me vergeten,
het tij is
gekeerd,
en niemand zal weten
wat mij heeft
verweerd.
De wereld werd kouder,
de jaren
verdorden
en ook wij zijn ouder
en wijzer geworden.
Maar als we ontmoeten,
ooit lang na
dit schrijven,
zal ik je dan groeten
of sprakeloos
blijven?maandag 25 november 2013
November
I heard her
talking to herself one day,
And saw the madness in her broken eyes.
Her words
were meaningless, not even lies,
And faded locks
of tattered hair hung grey
Upon her
forehead. Nothing left to say
I thought, as
evening gathered in the skies
Of cold November. I said my last goodbyes,
Then took
my coat and slowly walked away.
Now she is dead and this is all I know:
A body that dissolved in front of me
Now lies beneath the early winter-snow.
And though
they tell me that her soul is free,
A pale November wind begins to blow,
A pale November wind begins to blow,
And fields of snow-white graves are all I see.
Abonneren op:
Posts (Atom)